donderdag 19 april 2012

To forgive and forget

Simon Wiesenthal was een veel besproken nazi-jager en heeft gedurende zijn leven veel documentaires gemaakt over de in de oorlog begane misdaden. Maar hij was vooral één van de 6 miljoen joden die op een of andere manier slachtoffer was van de Holocaust. Simon Wiesenthal overleefde het concentratiekamp, maar bleef de rest van zijn leven bezig met deze vijf jaar, die zijn leven als het ware heeft inrichtte.
Simon Wiesenthal
Wiesenthal vertelt zijn eigen verhaal in het boek ‘De Zonnebloem’ en vraagt wat de lezer in zijn geval gedaan zou hebben. De vraag die Wiesenthal stelt is: zou je de stervende SS’er Karl vergeving moeten schenken als hij daarom vraagt, na alle misdaden die hij in de oorlog heeft begaan?

(Bron: De Groene Amsterdammer)
De technische hogeschool, waar Simon Wiesenthal ooit studeerde, is ingericht als hospitaal. Nu is Wiesenthal er weer, als gevangene van de nazi's. Samen met kampgenoten is hij naar het ziekenhuis gedirigeerd om er smerig werk te verrichten. Dan komt er een verpleegster naar hem toe die hem gebiedt mee te komen. Ze brengt hem bij een jonge, zwaargewonde SS-soldaat. Hij is stervende. Hij wil zijn verhaal kwijt aan een jood. Het verhaal hoe hij aan het oostfront meedeed aan de uitroeiing van de joden. Wiesenthal hoort hem zwijgend aan, vervuld van afkeer en walging. En heel soms een sprankje mededogen.

Dan komt het cruciale moment:
'Hij richt zich op en vouwt zijn handen als om te bidden.
"Ik wil in volle gemoedsrust sterven en daarvoor moet ik eerst... Ik weet dat het afschuwelijk is wat ik u verteld heb. Tijdens de lange nachten waarin ik op de dood heb liggen wachten, heb ik er steeds naar verlangd om er met een jood over te praten... en hem vergeving te vragen."
Het wordt stil in de kamer, griezelig stil.
Ik sta op en kijk naar zijn gevouwen handen. Mijn besluit is genomen. Zonder iets te zeggen ga ik de kamer uit...'
Terug in het kamp praat Wiesenthal er met zijn joodse lotgenoten over. Ze geven hem gelijk. Hij had de SS'er nooit mogen en kunnen vergeven. Een geïnterneerde Poolse priester zegt hem echter dat hij de vergeving niet had mogen weigeren. 'Hij had toch oprecht berouw! Bovendien: er lag daar een mens op sterven, en je hebt zijn laatste wens niet vervuld!'
Het probleem blijft Wiesenthal achtervolgen. Vele jaren later, als hij inmiddels wereldfaam geniet als vervolger van oorlogsmisdadigers, besluit hij het verhaal op schrift te stellen. De zonnebloem heet het. En het eindigt aldus:
'U, die zojuist deze droeve en tragische episode uit mijn leven hebt gelezen, kunt in gedachten met mij van plaats verwisselen en uzelf de vraag stellen: "Wat zou ik hebben gedaan?"'


Wat heel veel mensen in de oorlog hebben gedaan is verschrikkelijk en niet te begrijpen. Niet alleen de nazi’s hebben zulke zaken verricht, maar zelfs burgers hebben meegeholpen aan deze gruwelijke taferelen. Ik vind vergeving in dit geval iets groots. De SS’er vraagt hier echter wel om, omdat deze gedachten en herinneringen op zijn geheugen staan gegrift als gisteren en hij dit moeilijk kan vergeten nu hij stervende is. In zekere zin is zijn gesmeek te zien als een vorm van egoïsme. De SS’er heeft dingen gedaan die niet terug te draaien zijn, hoe graag hij dit ook zou willen. Samen met zijn compagnie heeft hij 150 à 200 joden in een huis opgesloten en daarna in brand gestoken. Iedereen die probeerde te vluchten werd doodgeschoten. Nu vraagt dezelfde SS’er ootmoedig aan een man van het joodse ras, of hij hem in de naam van zes miljoen joden vergeving kan schenken, zodat God hem goed gezind is als hij sterft. Dat de man berouw toont is een goede zaak, maar waar hij het lef vandaan haalt om vergeving te vragen is iets anders. Dit noem ik wederom egoïstisch. Deze man vraagt om van zijn verzwaarde geweten verlost te worden, echter denkt hij er niet aan dat hij tegen een man praat die een van zijn slachtoffers is en dat dit dus heel gevoelig kan liggen. Wat de SS’er van Wiesenthal vraagt vind ik menselijk, maar niet vervulbaar. Daarom kies ik dus volledig kant van Simon Wiesenthal.

Vergeven is niet een recht op politieke gronden, maar een persoonlijk recht. Iets dat wel degelijk op papier staat (denk aan gratie voor gevangenen), maar alleen persoonlijk uitvoerbaar is. Het is geen feit, maar een gevoel. Iets dat je bepaalt met je hart en niet met je hoofd. Ik moet toegeven dat ik persoonlijk niet geloof in de mogelijkheid om deze criminelen te vergeven. Degene die verantwoordelijk zijn voor het leed van miljoenen mensen kunnen in mijn ogen niet écht vergeven worden. De enige personen die vergeving kunnen schenken aan deze beesten, zijn de mensen wier leven is ontnomen.

De SS’er die om vergiffenis vroeg had veel eerder zijn best kunnen doen om berouw te tonen voor zijn daden tegen de joden. Hij had in ieder geval iets kunnen doen, waarmee hij nog iets positiefs achterliet op deze wereld. Maar deze zwaar verzwakte man moest zo nodig zijn zegje doen, waardoor hij Simon Wiesenthal in een moeilijke positie plaatst. Na alles wat er is gebeurd, kan je niet naar vergiffenis verlangen van de slachtoffers. Naar mijn mening is je excuses aanbieden, in het algemeen een vrij simpele manier om je schuldgevoel kwijt te schelden. ‘’Het spijt me’’ is snel gezegd. Om echt berouw te tonen voor de pijn die je iemand hebt aangedaan, moet je niet alleen woorden gebruiken, maar ook werkelijk daden. Natuurlijk was dit in de situatie van de stervende SS’er niet mogelijk, maar hij had wel andere dingen kunnen doen. Laatst heb ik een film gezien (Seven Pounds), waarin een man verantwoordelijk was voor een auto-ongeluk. Hij voelde zich zo ontzettend schuldig dat dit voor hem een enorme kwelling was, waar hij niet vanaf kwam. Daarom schonk hij meerdere organen aan mensen die dit hard nodig hadden. Hij gaf een kind de helft van zijn long. Hij gaf een volwassen vrouw een deel van zijn lever. En toen zijn vrouw op sterven lag, omdat haar hart niet goed meer werkte, pleegde hij zelfmoord en zorgde hij ervoor dat zijn hart aan zijn vrouw gedoneerd werd en zijn ogen aan een blinde man. Nu zeg ik niet dat iedereen die zich schuldig voelt, zich van het leven moet beroven en zijn organen moet gaan uitdelen, maar dit is wel een mooi voorbeeld van dat je iemands leven een positieve wending kan geven nadat je een vreselijke daad hebt verricht. In tegenstelling tot de SS’er die alleen maar vergiffenis vraagt aan het eind van zijn leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten