Op de vraag van Wiesenthal of hij de SS’er had moeten vergeven, heb ik het volgende antwoord:
-geen vergeving, SS’er veel misdaden tegen Joden gepleegd, heeft daar zelfs met Wiesenthal over willen praten
-niet de taak van Wiesenthal om de man te vergeven. Waarom zou hij de SS’er vergeven? Die man heeft vele Joden vermoord en dan verwacht hij wel een vergiffenis voordat hij sterft zodat hij “vredig kan sterven” (gemoedsrust). Waarom zou je een vredige/zonde vrije dood aan iemand willen geven die zoveel kwaad heeft gedaan.
-SS’er handelde in opdracht, had spijt, laatste wens van een stervende niet vervuld. De SS’er had ook de bevelen kunnen negeren. Hij zou dan miss zelf zijn vermoord door zijn mede nazi’s maar dan had hij de vele moorden op de Joden niet op zijn geweten gehad. Het is goed dat hij spijt had, maar dat neemt nog niet weg dat hij gruwelijke dingen heeft gedaan en dan van een Jood verlangt dat die hem vergeeft. Ook al heeft hij de wens van een stervende niet vervuld, die Joden die vermoord zijn hadden vast ook laatste wensen maar daar is uiteraard nooit naar gevraagd dus zijn ze ook niet vervuld. Is het dan respectvol naar de doden van je eigen ras (Joods) om hun moordenaar die gunst wel te geven?
Conclusie:
In mijn ogen heeft Wiesenthal juist gehandeld. Ten eerste vind ik het laf/gemakkelijk van de SS’er om achteraf, op zijn sterfbed, in een hulpeloze positie aan een Jood te vragen hem te vergeven voor zijn begane misdaden. Wiesenthal moest eerst aanhoren hoe deze man zijn “soortgenoten” heeft vermoord en daarna wordt er van hem verwacht dat hij de man vergeeft. Door het verhaal komt er natuurlijk veel woede boven bij Wiesenthal, wat hem, volkomen begrijpelijk, belet om de wens in vervulling te brengen. Ten tweede was het niet de taak van Wiesenthal om de SS’er te vergeven. Hij is niet degene die door de SS’er onrecht is aangedaan en hij is geen geestelijke. De SS’er had juist onderdanig moeten zijn tegenover Wiesenthal, maar in plaats daarvan eist hij vergeving en denkt dus alleen maar aan zichzelf. Als Wiesenthal de SS’er vergeving had gegeven, was hij in “volle gemoedsrust” gestorven. Waarom zou Wiesenthal willen dat de vijand, de moordenaar van vele Joden, in rust kan sterven, terwijl hij zoveel misdaden heeft begaan. Ten derde had Wiesenthal gelijk omdat de laatste wensen van de Joden die door de SS’er zijn vermoord ook niet zijn vervuld. Dan is het niet juist naar de vermoorde Joden toe om de moordenaar vergeving te geven. Als Wiesenthal de SS´er had vergeven, dan had hij de gestorven Joden verraden. Door dit niet te doen heeft hij respect naar de gestorvenen getoond en is hij bij zichzelf en zijn eigen overtuigingen gebleven. Hij heeft zich niet laten beïnvloeden door mensen die zeiden dat hij de SS´er wel had moeten vergeven omdat die zijn laatste wens in vervulling wilde laten gaan en berouw toonde. Het berouw kwam te laat, en Wiesenthal heeft een goede beslissing genomen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten